Mailprotocollen instellen

Je hebt het vast wel eens gezien of gehoord: POP3- of IMAP-instellingen. Bij het instellen van je e-mailaccount op je mobiel moet je opgeven wat voor account je wilt toevoegen, en vaak wordt daarbij gevraagd of je een POP3- of een IMAP-account wilt toevoegen.

POP3 en IMAP zijn mailprotocollen: de manier waarop een apparaat met een mailserver communiceert. Protocollen die voor mail worden gebruikt zijn onder andere POP3, IMAP, SMTP en MAPI. Mail kan ook via een ander protocol worden ontvangen, namelijk via HTTP of HTTPS. In dit artikel behandelen we alle protocollen en leggen we de werkwijze van elk protocol uit.

POP3-protocol

POP3 is de meest recente versie van POP (Post Office Protocol): een internetstandaard voor het overbrengen van mail van een server naar een cliënt. Het principe van POP is dat er geen constante internetverbinding nodig is om mail op te halen. Bij POP3 worden e-mailberichten opgehaald naar het mailprogramma van de cliënt, en in de meeste gevallen daarna van de server verwijderd.

Stel dat je Outlook instelt met een POP3-verbinding, dan gebeurt bij het opstarten het volgende:

  1. Outlook maakt contact met de server om te kijken of er mail klaarstaat.
  2. Outlook haalt de berichten op van de server en bewaart ze op je computer.
  3. Outlook verwijdert de opgehaalde berichten van de server.

Stap 3 kan verschillen: soms wordt per ongeluk ingesteld dat berichten niet van de server verwijderd moeten worden. Vooral bij providers zoals KPN levert dit problemen op, omdat de mailbox op de server dan vol raakt.

Een nadeel van POP3 is dat het geen synchronisatie kent: het is enkel ophalen en verwijderen. Daarom wordt het in de praktijk niet vaak gebruikt als je op meerdere apparaten wilt werken.

Nadelen van het protocol:

  • Niet geschikt voor mail op meerdere apparaten
  • E-mailgegevens worden opgeslagen op je eigen computer

Voordelen van het protocol:

  • Verbruikt weinig bandbreedte
  • Mail is snel opgehaald
  • POP3-server is met vrijwel elk e-mailprogramma te koppelen

IMAP-protocol

Het Internet Message Access Protocol (IMAP) is een protocol om mail te synchroniseren, ontworpen door Mark Crispin (1986). Er wordt feitelijk direct op de mailserver gewerkt. Het grote verschil met POP3 zit in de opslaglocatie: bij IMAP staan de mails zowel op de computer (als cache) als op de server. De laatste versie, IMAP4, wordt door de meeste internetproviders gebruikt. Integratie met IMAP is mogelijk met veel mailprogramma's, wat het protocol erg populair maakt.

Het grote voordeel is de opslaglocatie: omdat de mail op de server staat, behoud je je mail ook bij een crash van je systeem. Omdat het protocol synchronisatie kent, is het geschikt voor wie zijn mail op meerdere apparaten wil ontvangen.

Nadelen van het protocol:

  • Enkel geschikt voor synchronisatie van mail
  • Vereist een continue verbinding met de server voor synchronisatie
  • Synchronisatie van agenda en contacten is niet mogelijk

Voordelen van het protocol:

  • Synchronisatie met meerdere apparaten mogelijk
  • Bij een systeemcrash haal je je gegevens snel weer terug
  • E-mail staat opgeslagen op de server

MAPI/RPC-protocol

De Messaging Application Programming Interface (MAPI) wordt gebruikt voor communicatie tussen een cliënt en een Microsoft Exchange-server. Het protocol is door Microsoft ontwikkeld en wordt voornamelijk in zakelijke omgevingen gebruikt. MAPI is een uitbreiding op IMAP en biedt een aantal functies die IMAP niet heeft. Net als bij IMAP staan de mails opgeslagen op zowel de server als bij de cliënt (als cache). Onder particulieren wordt het protocol niet vaak gebruikt, omdat licenties voor een Microsoft Exchange-server veel meer kosten dan een IMAP-verbinding.

De MAPI-verbinding maakt het mogelijk om binnen Outlook ook agenda's en contacten te synchroniseren: de meest complete synchronisatie die Outlook kent.

Nadelen van het protocol:

  • Licenties zijn duur
  • Vereist een continue verbinding met de server voor synchronisatie

Voordelen van het protocol:

  • Directe pushnotificaties van nieuwe mail
  • Synchronisatie van e-mail, agenda en contacten met Outlook
  • Mail staat opgeslagen op zowel server als cliënt (in cache-modus)
  • Geschikt voor grote organisaties

HTTP/HTTPS-protocol

HTTP wordt gebruikt voor de overdracht van webpagina's. Het broertje van HTTP is HTTPS, waarbij de S voor Secure staat: bij een HTTPS-verbinding wordt het verkeer naar de server versleuteld met encryptie. Voor mobiele apparaten heeft Microsoft de dienst ActiveSync ontwikkeld, waarmee gegevens via een HTTPS-verbinding met de server worden gesynchroniseerd. ActiveSync wordt voornamelijk gebruikt op mobiele apparaten.

SMTP-protocol

SMTP wordt meestal gebruikt om berichten te versturen van cliënt naar server, maar servers gebruiken dit protocol ook om onderling te communiceren. Stel dat je in Outlook een IMAP-account hebt ingesteld met een uitgaande SMTP-server, dan speelt het volgende proces zich af bij het verzenden van een mail, volledig via het SMTP-protocol:

  1. De cliënt verstuurt een mail.
  2. De cliëntcomputer verstuurt de mail naar de eigen mailserver.
  3. De eigen mailserver bekijkt de ontvanger van het verstuurde bericht.
  4. De eigen mailserver zoekt contact met de mailserver van de ontvanger en levert het bericht af.